• Hoogleraar Onderwijswetenschapen, Departement Educatie en Pedagogiek, Faculteit Sociale Wetenschappen, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. Jan van Tartwijk

Jan van Tartwijk is directeur van de Graduate School of Teaching (GST), waarbinnen de lerarenopleidingen van de Universiteit Utrecht worden uitgevoerd. Daarnaast is hij voorzitter van de Interuniversitaire Commissie Lerarenopleidingen (ICL), die is gelieerd aan de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU). In beide rollen zet hij zich onder meer in voor het versterken van de samenwerking tussen scholen, hogescholen en universiteiten bij opleiden en professionele ontwikkeling van leraren. Hij is ook hoofd van het departement Educatie en Pedagogiek van de faculteit Sociale Wetenschappen en lid van de directie van de groep Onderwijsadvies en Training van deze faculteit.


Jan van Tartwijk studeerde onderwijssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, waar hij ook de eerstegraads lerarenopleiding voor het schoolvak Maatschappijleer succesvol afrondde. Daarna was hij als jongerenwerker verbonden aan een jongerencentrum in de Nijmeegse wijk Dukenburg. In de periode 1989-1993 voerde hij aan de Universiteit Utrecht promotieonderzoek uit naar docent-leerlingencommunicatie in schoolklassen in het voortgezet onderwijs. Daarna was hij achtereenvolgens verbonden aan het Science & Mathematics Education Centre van Curtin University in Perth, Australië, het IVLOS van de Universiteit Utrecht, de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Maastricht, en het ICLON van de Universiteit Leiden. In 2010 keerde hij terug naar de Universiteit Utrecht.


Als onderwijsonderzoeker heeft  Jan een brede wetenschappelijke blik. Inhoudelijk richt hij zich op beoordelen in het onderwijs en op de ontwikkeling van expertise van leraren, maar daarnaast is hij betrokken bij onderzoek naar bijvoorbeeld onderwijsbeleid en -vernieuwing, het curriculum binnen schoolvakken zoals aardrijkskunde en lichamelijke opvoeding, gelijke onderwijskansen, motivatie, en creativiteit van leerlingen in het primair onderwijs.


Hij vindt het belangrijk om zowel vanuit zijn rol als wetenschapper maar ook in diverse bestuurlijke rollen actief de verbinding te zoeken met de onderwijspraktijk. Zo begeleidt hij veel promovendi die hun promotieonderzoek combineren met een baan als leraar in het voortgezet of primair onderwijs en is hij een van de initiatiefnemers van de Werkplaats Onderwijsonderzoek Utrecht - Primair Onderwijs, waarin leraren samen met onderzoekers onderzoeksvragen beantwoorden die voortkomen uit de praktijk van het onderwijs. In zijn rol als directeur van de Utrechtse universitaire lerarenopleiding zet hij zich zowel regionaal als nationaal in om de samenwerking tussen de universiteit(en) en de scholen en de hogescholen bij het opleiden van leraren te versterken. Inhoudelijk doel daarbij is om de lerarenopleiding en een levenlang ontwikkelen door leraren meer met elkaar te verbinden. De ontwikkeling van het curriculum en daarmee de (schoolvak)didactiek heeft daarin een centrale plaats.


Door in het beroep van leraren meer nadruk te leggen op ontwikkeling willen Jan en zijn collega’s zowel een impuls geven aan de aantrekkelijkheid van het beroep en de opleiding, als aan de kwaliteit van het onderwijs. Dat doet hij zelf zowel regionaal, onder meer als lid van diverse stuurgroepen van partnerschappen met scholen en hogescholen voor het opleiden van leraren, als nationaal, onder meer als voorzitter van het samenwerkingsverband van universitaire lerarenopleidingen (de ICL).


Verder vertegenwoordigt Jan de universiteit in het overleg met de gemeente, de schoolbesturen en de instellingen voor hoger onderwijs en het overleg over de Utrechtse onderwijsagenda. Samen met een vertegenwoordiger van de schoolbesturen is hij daarbinnen verantwoordelijk ben voor de portefeuille gelijke onderwijskansen.

  • Hoogleraar Onderwijswetenschapen, Departement Educatie en Pedagogiek, Faculteit Sociale Wetenschappen, Universiteit Utrecht.